02/02/2026

Pornografische verbeelding van het nazisme in het naoorlogse Israël en de Verenigde Staten 

Geïnspireerd door het thema ‘seksualiteit in tijden van oorlog en kolonialisme’ richt dit onderzoek zich op seksualiteit ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Na verdere literatuurstudie kwam een relatief weinig onderzocht en op het eerste gezicht paradoxaal fenomeen naar voren, namelijk pornografische publicaties waarin het nazisme en de Holocaust als thematisch kader fungeerden. Zogenaamde nazisploitation vormde een subgenre van sexploitation dat vooral populariteit kende in de jaren ‘60 en ‘70 in Amerika en, opvallend, in Israël. Het genre in Israël kreeg de vorm van gedrukte pulppublicaties en kreeg de naam Stalagfictie, verwijzend naar het Duitse woord Stammlager (concentratiekamp).

 

Seksualiteit is steeds verweven met politieke en maatschappelijke kwesties. Pornografie is daar een sprekend onderdeel van. Die praktijk verbeeldt maatschappelijk relevante thema’s zoals sociale angsten, (veranderende) machtsverhoudingen en politieke conflicten. Zoals Katherine Crawford aantoonde voor de achttiende eeuw, fungeerde erotica als een ruimte waarin grenzen in vraag konden worden gesteld en, indien mogelijk, verschoven. Ondanks deze inzichten blijft het opmerkelijk dat een historisch en moreel zwaarbeladen onderwerp als de Holocaust een plaats kon krijgen binnen pornografische representaties. Volgens Claude Lanzmann, regisseur van de gerenommeerde documentaire ‘Shoah’, is de fictieve verbeelding van de Holocaust, alsook pogingen die fictieve verbeelding te begrijpen, ontoelaatbaar.

Onderzoek naar nazisploitation kan echter waardevolle inzichten bieden in de redenen waarom de Holocaust een plaats kreeg binnen pornografische representaties, zonder daarbij een normatief waardeoordeel te vellen. Deze paper wil concreet ingaan op twee nationale contexten. Enerzijds wil het zich verdiepen in de stalagfictie van Israël en anderzijds in de Amerikaanse nazisploitation, zowel in gedrukte publicaties als films. Het doel is te achterhalen welke invulling de pornografische nazi-pulp kreeg in beide landen. Vervolgens zal de paper onderzoeken waar de gelijkenissen en verschillen liggen. Tenslotte wil het onderzoek begrijpen tegen welke achtergrond en bredere thematieken de nazi-pulp begrepen moet worden. Deze paper beoogt aan te tonen dat de invulling van pornografie sterk cultureel en contextgebonden is.

Stalagfictie

De socio-politieke achtergrond

Om de opkomst en populariteit van de stalags te begrijpen, moet er gekeken worden naar de politieke en maatschappelijke context van het naoorlogse Israël. Op 14 mei 1948 werd de onafhankelijkheid van de staat Israël afgekondigd. De totstandkoming van de staat ging gepaard met de vorming van een nationale identiteit. Dat bleek niet vanzelfsprekend. De staat bestond uit de overlevenden van de Holocaust die zich recent in Israël hadden gevestigd en de Sabra’s die in Israël geboren waren. De Holocaust en diens overlevenden kregen een marginale positie binnen de samenleving. De eerste leiders wilden de staat profileren als sterk en viriel, wat haaks stond op het beeld van de passieve slachtoffers die de uitroeiing ondergingen. Er ontstond een hiërarchie van mentaal en fysiek sterke Sabra’s en de zwakke, feminiene overlevenden.

In het dominante publieke discours werd in de eerste jaren weinig inspanning geleverd om de nazivervolging ten volle te begrijpen, waardoor het idee leefde dat het een keuze was om de Holocaust te ondergaan. Samenhangend bleven de slachtoffers de eerste twintig jaar stil over hun ervaring, omdat het trauma te recent was. De Israëlische bevolking onthaalde de getuigenissen die naar voren kwamen op uiteenlopende manieren. Ze konden soms rekenen op medelijden, maar ook op wantrouwen en neerbuigendheid. Naast de accusatie van lijdelijke slachtoffers gingen ze de overlevenden ook van collaboratie beschuldigen. De Sabra’s waren van mening dat de ‘goede’ Joden als martelaars waren gestorven en dat de overlevenden voornamelijk bestonden uit mannelijke kapo’s en vrouwen die zich zouden hebben geprostitueerd. Daarbij werd er in de jaren ‘50 en ‘60 enigszins met voorzichtige bewondering gekeken naar de nazi’s, aangezien ze uiterst georganiseerd, gedisciplineerd en gemilitariseerd waren. Ze waren erin geslaagd miljoenen Joden systematisch uit te roeien. Ze straalden mannelijkheid uit, wat vooral jonge Sabra’s aansprak. Die tweede generatie, die zelf het trauma niet had ervaren, zocht een eigen invulling van het verleden. Ze balanceerden tussen het verlangen zich te spiegelen aan het boegbeeld van een sterke Israëliër en de confrontatie met het onuitgesproken trauma van hun ouders of naasten.

De omgang met de Holocaust veranderde fundamenteel door het Eichmann-proces. Het proces vond plaats in 1961 in Jeruzalem. De beklaagde was Adolf Eichmann, luitenant-kolonel bij de SS en was een van de hoofdverantwoordelijken van de deportaties van Joden in Europa naar concentratiekampen. Het proces werd internationaal uitgezonden. Getuigenissen waren een belangrijk onderdeel van de rechtszaak. Procureur-generaal Hausner riep meer dan 100 getuigen op, voornamelijk met didactische doeleinden. De herinneringscultuur verschoof van collectieve stilte en nadruk op martelaarschap naar erkenning van getuigenissen en trauma. Er kwam ruimte voor empathie en een grijze zone in plaats van het zwart-witdenken.

 

De voorlopers en het feitelijke fenomeen van stalagfictie

De voorlopers van de stalags waren de boeken van Ka-Tzetnik 135633, pseudoniem voor Yehiel Dinur. Hij had zelf twee jaar gevangen gezeten in Auschwitz. Hij besloot een stem te wezen voor de slachtoffers van de Holocaust en kwam op als getuige in het Eichmann-proces. Hij choqueerde met zijn uitgaves, aangezien hij levendige beschrijvingen van het concentratiekamp gaf en expliciet seksueel geweld beschreef. Zijn bekendste werk, genaamd ‘Het Poppenhuis’ uit 1953, vertelde over een veertienjarig Pools meisje dat verplicht in een bordeel moest werken voor nazi-soldaten. Dat was een fenomeen dat weinig voorkwam. De meeste gedwongen prostitutie was in functie van bevoorrechte gevangenen. Seksuele betrekkingen tussen nazi’s en Joden waren strikt verboden. De bedoeling van Dinur was vooral om de psychologische impact van de Holocaust te belichten. Onbedoeld versterkte ‘Het Poppenhuis’ de gedachte dat de vrouwen die de Holocaust hadden overleefd, zich moesten hebben geprostitueerd. Desondanks was het een eerste stap richting het doorbreken van de stilte. Zijn boeken waren vooral populair bij jongeren. Hun nauwe band met overlevenden, die over hun ervaringen stilzwegen, wekte een grote nieuwsgierigheid. Op die manier probeerden ze in contact te komen met het verleden dat ook hen aanbelangde.

Met voornamelijk als voorbeeld de werken van Ka-Tzetnik ontstond het Israëlisch subgenre: de stalagfictie.Het genre verscheen voor het eerst op de markt enkele maanden na de start van het Eichmann-proces. Het was een goedkoop boekje in de stijl van Amerikaanse pulp met een sprekende afbeelding op de omslag, meestal overgenomen van Amerikaanse tegenhangers. Verder was het voornamelijk tekstueel van aard. Het verkocht zichzelf als vertaalde fictie in het Hebreeuws. De auteur droeg meestal een Engelse of Amerikaanse naam. In feite waren het doorgaans Israëlische auteurs die een pseudoniem hanteerden.  Ze deden dat enerzijds voor commerciële doeleinden en anderzijds om hun schuldgevoel te verminderen. Het genre bracht verontwaardiging met zich mee, hoewel de seksscènes zelden grafisch waren en het eerder als softporn geclassificeerd kon worden. De verontwaardiging was niet zo zeer omdat het nazipersonages betrof, maar vooral omdat het pornografie was dat zo populair werd.

De uitgaves volgden steeds dezelfde verhaallijn. Het begon met een Amerikaanse of Britse mannelijke held, meestal een piloot, die door het noodlot gevangen werd genomen door de nazi’s en naar een concentratiekamp werd gebracht. De verantwoordelijke van het kamp was een wulpse vrouw, de zogenaamde dominatrix. Vaak had zij een eenheid van vrouwelijke officieren onder haar staan. Zij (seksueel) misbruikten de mannelijke gevangenen. Vervolgens ontsnapte de mannelijke held en nam hij wraak. Hij verkrachtte op zijn beurt de vrouwelijke officieren. Tenslotte vermoordde hij ze. Het meest opmerkelijke en sensationele aan het genre was dat de beulen vrouwen waren.  Ze werden afgebeeld volgens het schoonheidsideaal van Hollywood: (meestal) blonde haren, strakke uniformen met een diepe halsuitsnijding en brede heupen. De ruimte waarin het verhaal zich afspeelde, het concentratiekamp, was een totaal ontspoorde institutie. Het was een voorbeeld van de decadentie gepaard met het nazisme.
Dat is een beeld dat sterk heerste in de naoorlogse periode. Herzog argumenteerde ook dat het nazisme werd afgeschilderd als een systeem van seksuele excessen. De morele ontsporing werd gekoppeld aan losbandigheden. 

Er werden meer dan 25 000 exemplaren van de eerste reeks, ‘Stalag 13’, verkocht. Het genre vond zijn grootste afzetmarkt bij jongeren. In tijden van grote populariteit werden er meer dan 70 titels verkocht. De populariteit en de verkoop van stalagfictie daalde vanaf 1962. Enerzijds was er een uitgave, ‘I Was Colonel Shultz’s Private Bitch’, die voor grote opschudding had gezorgd. In tegenstelling tot de wederkerende verhaallijn van het mannelijk slachtoffer was het slachtoffer een vrouw, gevangengenomen door een nazi die haar tot zijn hond maakte. Ze slaagde er uiteindelijk in wraak te nemen en de naziofficier op zijn beurt tot haar hond te maken. De stalag bevatte verder zeer expliciete verkrachtingsscènes. Die uitgave vormde een keerpunt. Er was een stap te ver gegaan en grenzen die gerespecteerd moesten worden, werden overschreden. Anderzijds opende het Eichmann-proces voor velen de mogelijkheid om over de wandaden van de Holocaust te praten en het te verwerken. Daarbij viel de sensatiefactor van nog nooit eerder vertelde verhalen weg. Die twee gelijktijdige gebeurtenissen luidden het einde van het Israëlisch genre in.

 

De functie van stalagfictie

Jongeren werden van vroeg af aan geconfronteerd met de beelden van de Holocaust, bijvoorbeeld van de uitgemergelde gevangenen of de naakte opeengestapelde lijken. Lijden en dood werden onlosmakelijk verbonden met lichamelijkheid en naaktheid. Het is daarom niet vreemd dat ze besloten het genre van pornografie te hanteren, waar lichamelijkheid centraal staat. Het bood jongeren ook de ruimte om met vragen over macht, identiteit en seksualiteit om te gaan. Ze hadden de mogelijkheid om te reflecteren over hoe zij zouden hebben gehandeld in dergelijke omstandigheden. De stalags dienden als fictieve tegenhanger van het Eichmann-proces. De nadruk in het proces lag op getuigenissen van de genocide. De fictie bood een alternatief. Het slachtofferschap stond niet langer centraal, maar de schuivende machtsverhoudingen, het heldendom en de vergelding. Dat sloot aan bij de bredere zoektocht van jongeren om zich te positioneren tegenover zowel de overlevenden, vaak hun ouders, als het zionistisch ideaal van de krachtige en actieve man. Het erotisch karakter lag niet zo zeer in expliciete seksualiteit, maar eerder in de verbeelding van macht, overheersing en onderdrukking. Dat valt binnen het kader van sadomasochisme (SM). Door twee taboes te doorbreken, namelijk seksualiteit en de Holocaust, en het slachtofferschap te herschrijven in termen van conflict en agency, dwong stalagfictie gesprekken af over de Holocaust. Dat was in officiële discours lange tijd ondenkbaar.

Het kamp waar het verhaal zich afspeelde, fungeerde als een ruimte van zonde en ontsporing, waarin dierlijke instincten naar boven kwamen. Het was een plaats waar het normale plaatsmaakte voor het abnormale, waar genderrollen konden worden omgedraaid. Ka-Tzetnik omschreef Auschwitz als een andere planeet. Je kon niet vatten wat zich daar afspeelde. Die allegorie kon hier ook op toegepast worden. De stalag was een andere planeet. Het was geen plaats van uitroeiing en vernietiging, maar een plaats waar er met macht gespeeld werd. Die macht was seksueel opwindend. Op die plek was er ruimte voor helden, overwinning en seksuele praktijken. Dat zijn drie uitingen van levensdrift. De fictieve ruimte bood jongeren de kans een ander verhaal te schrijven en het trauma een andere invulling te geven. Het stelde een schril contrast met de werkelijkheid, waarbij een kamp meestal de eindbestemming betekende. De dood was de oppermeester.  

Het hoofdpersonage was doorgaans een Brit of Amerikaan. Spiegel en anderen verbonden die keuze aan de politieke situatie van naoorlogs Israël. Ze beschrijven de relatie van Israël met Groot-Brittannië als een vorm van symbolische afhankelijkheid, gekenmerkt door zowel bescherming als onderdrukking. Die interpretatie vraagt echter om nuancering. Het Brits of Amerikaanse personage fungeerde als een buitenstaander. Het was noodzakelijk om afstand te creëren tot de feitelijke gebeurtenissen van de Holocaust. Het trauma was te groot en te recent om de gevangenen een Joodse identiteit toe te kennen. Daarbij ondergingen de gevangenen mentale en fysieke vernedering. Israël wilde die voorstelling niet langer met de Joodse gemeenschap geassocieerd zien. De antagonist was een vrouwelijk personage, in tegenstelling tot traditionele genderrollen. Zoals eerder aangehaald werden de overlevenden van de Holocaust initieel bekeken als passieve slachtoffers. Passiviteit verbond men aan vrouwelijkheid. Door de folteraar af te beelden als vrouw, werd de passieve, zwakke rol in die fictieve wereld toegekend aan de nazi’s in plaats van de gevangenen.

Tenslotte eindigde een stalag altijd met de ontsnapping en de wraak van de mannelijke held. De passieve slachtofferrol veranderde in een narratief van verlossing waarin hij kracht kon tonen. Met die wraakactie konden jongeren de slachtofferrol afwijzen en de autonomie uitstallen. Israël hield vast aan het ideaalbeeld van een natie van krachtige mannen. Dat beeld werd concreet vertaald in de soldaat die zijn vergelding kreeg. Het kosmisch evenwicht werd hersteld en het goede overwon het kwade. De man domineerde de vrouw. De ontsnapping en wraakneming deed Israëliërs denken aan het gewapend verzet van zionistische organisaties tegen het Brits mandaat in Palestina tussen 1920 en 1948. In 1947 vond de beroemde gevangenisuitbraak van Akko (Palestina) plaats door de Irgun, een verzetsgroep. Ze kregen een heroïsche status. Het was een gebeurtenis waar veel jongeren naar opkeken. Het einde bood hun ook de mogelijkheid om nazi’s op een andere manier te straffen dan een juridisch proces, ook al speelde het zich af in een fictieve omgeving. Ze achtten het rechtvaardig het principe van oog om oog, tand om tand te hanteren. De lezer haalde plezier uit de macht terug te veroveren na die kwijt te zijn gespeeld.

Amerikaanse nazisploitation

De opkomst en de invulling

In de Verenigde Staten kreeg het nazisme ook een plek in pornografische media. Belangrijk om aan te halen is dat nazifictie in Amerika zowel in gedrukte versies als in films aan bod kwam. Om te begrijpen hoe nazisploitation tot stand is gekomen, moet er gekeken worden naar de bijzonderheid van de Amerikaanse casus. Eerst en vooral wordt het ontstaan van het genre in de Verenigde Staten geanalyseerd. De twee wereldoorlogen vormden een vruchtbare voedingsbodem voor de ontwikkeling van nieuwe thematieken binnen de media, wat onder meer resulteerde in de opkomst van men adventure magazines, een geliefd genre vanaf de jaren ‘40. Het typische plotapparaat bestond uit een mannelijke held, die een vrouw in nood ging redden. Het goede overwon het kwade. Meestal speelde het verhaal zich af in oorlogscontext. In de jaren ‘60 vond een shift naar meer geweld plaats. Oorlogsverhalen in de media werden wreder en sensationeler. In die context werden torture magazines populair, waarbij doorgaans vrouwen slachtoffer waren van extreme mishandeling aan de hand van een mannelijke beul. Binnen die twee genres vond nazisploitation zijn inspiratie. Het was formeel een subgenre van sexploitation, dat tot stand was gekomen door versoepeling van de censuur en de opkomst van progressieve filmstromingen. Seksuele taferelen vormden de belangrijkste aantrekkingskracht, terwijl narratieve diepgang grotendeels ontbrak.

In de Amerikaanse pornografische nazifictie was de schurk bijna altijd een mannelijke SS-officier, die vrouwelijke gevangenen mishandelde. Concreet betrof 75 procent van de nazifictie een vrouw als slachtoffer. Hij werd gekarikaturiseerd en als bijna monsterlijk afgebeeld. De nazisymboliek was talrijk aanwezig. Verwijzingen naar slavernij, seksuele perversie en sadisme kwamen veelvuldig aan bod. Het geweld naar de vrouwelijke gevangenen was extreem en sadistisch, maar dat viel niet af te lezen aan hun gelaat. Het drukte hooguit stress en verbazing uit. Het lijkt waarschijnlijk dat een aanblik van doodsangst schuldgevoelens zou oproepen bij de lezer. Het lichaam van de vrouw werd afgebeeld naar de standaarden van Hollywood: een grote boezem, een kleine taille, brede heupen en volumineuze haren. Gruwelijke feiten speelden zich af, maar het bleef aangenaam om naar de vrouw in kwestie te kijken. Aanvankelijk was een redding van de vrouw door een Amerikaanse held mogelijk, maar die held speelde een steeds kleinere rol. Midden in de jaren 60 verdween hij volledig van het toneel.

De mannelijke figuur die nu het meest centraal stond, was de folteraar. Het was niet toevallig dat in diezelfde periode de welvaartskloof groter werd, de Vietnamoorlog plaatsvond en het feminisme zijn doorbraak kende. De bedreigingen die de witte man ervaarde in het echte leven, kon hij overwinnen in de fantasiewereld. Perioden van oorlog en sociale complexiteiten gingen vaak gepaard met een nood aan bevestiging van het mannelijk ideaal. Chauncey bood hier een vroeg voorbeeld van, namelijk in de retoriek van Theodore Roosevelt. Aan het einde van de negentiende eeuw koppelde hij internationale suprematie aan mannelijkheid en geweldsbereidheid. In de context van de Vietnamoorlog stimuleerde de media, zoals de nazifictie, het mannelijke ideaalbeeld. Veel mannen bleken ook misnoegd met de opkomende zelfstandigheid van de vrouw en het feminisme. De vertrouwde grenzen tussen het mannelijke en het vrouwelijke schenen te vervagen. Ze konden in een fantasiewereld hun ontstemming op een gewelddadige manier uiten. De volledige macht over vrouwen definieerde de mannelijkheid van de folteraar. De man herwon de controle en de patriarchale orde werd hersteld. Waarbij fictie mannelijkheid eerder koppelde aan morele superioriteit en heldenmoed, werd in deze exploitatiecontext mannelijkheid geherdefinieerd naar dominantie.

 

Een vergelijking met de Israëlische stalagfictie 

Het is opvallend dat stalagfictie en nazisploitation vergelijkbaar zijn door het gebruik van nazisymboliek, geweld en seksualiteit. Toch vervulden beide fenomenen fundamentele verschillende culturele functies. Stalagfictie ontstond in een context waarin de samenleving nog geen ruimte had geboden aan de verwerking van de Holocaust. De overlevenden werden als zwak gepercipieerd en afgezet tegenover de sterke en vitale Sabra’s. De boekjes boden jongeren een fictieve ruimte om experimenteel om te gaan met het onuitgesproken trauma. Seksualiteit diende voornamelijk als taal van macht, vernedering en overheersing, niet als doel op zich. In Amerikaanse nazisploitation daarentegen stond, in plaats van traumaverwerking, sensatie van geweld en oorlog centraal. De fantasiewereld herbevestigde de mannelijke dominantie te midden van maatschappelijke onzekerheden, zoals de Vietnamoorlog en het feminisme.

Waar stalags kozen voor een vrouwelijke beul, gaven de Amerikaanse tegenhangers de voorkeur aan een mannelijke schurk. De grootste uitzondering was de Canadese film ‘Ilsa, She-Wolf of the SS’ (1975), waar een dominatrix heerste over mannelijke en vrouwelijke gevangenen. De film toonde veel gelijkenissen met de Israëlische traditie. Het is daarom niet verbazend dat de film grote populariteit kende in Israël. Tenslotte verschillen beiden in de temporele dynamiek. De populariteit van stalagfictie nam sterk af met het einde van het Eichmann-proces. Nazisploitation bleef nog jaren floreren in de Verenigde Staten. Het herbevestigt dat nazifictie in Israël gericht was op traumaverwerking. Door het proces had men andere manieren gevonden om de herinnering aan de Holocaust te verwerken.

Slotwoord 

Dit onderzoek toont aan dat pornografische media betekenisvolle praktijken vormen waarin maatschappelijke onrust, trauma en schuivende machtsverhoudingen werden benoemd. Door de vergelijking tussen stalagfictie en nazisploitation te maken, bleek de identieke symboliek andere functies te vervullen, afhankelijk van de sociopolitieke context. In Israël functioneerde de stalag als een tijdelijke en fictieve ruimte waarin jongeren het trauma van de Holocaust konden benaderen, herwerken en hervertellen in termen van macht, agency en omkering van slachtofferschap. Seksualiteit diende niet primair het erotisch genot, maar als taal om onuitgesproken lijden te uiten.

In de Verenigde Staten had nazisploitation een plaats binnen het commerciële exploitatiegenre, dat meer gericht was op sensatie en de herbevestiging van de traditionele genderhiërarchie in tijden waarin die onzeker was. De vergelijking tussen beide invullingen toont aan dat pornografie sterk beïnvloed werd door actuele thema’s. Het maakte maatschappelijke kwesties zichtbaar. Deze paper pleit ervoor ook ongemakkelijke en moreel beladen bronnen, zoals pornografie, een volwaardige plaats te geven binnen wetenschappelijk onderzoek. Zij tonen hoe seksualiteit historisch dienstdeed als een plaats waar macht, geweld en herinnering samenkwamen.

Bibliografie

Bridges, Elizabeth; Magilow Daniel H. en Vander Lugt, Kristin T. Nazisploitation!: The Nazi Image in Low-Brow Cinema and Culture. New York: Continuum, 2012.

Chauncey, George. Gay New York: Gender, Urban Culture, and the Making of the Gay Male World, 1890-1940. New York: Basic Books, 1995.

Costa Braga, Sabrina. ‘A Literatura Ilegítima da Shoah: Ka-Tzetnik e as Stalag Fiction’. Topoi 25 (2024): 1-20. https://doaj.org/article/3624d42c09d94c3eaaf64a60097bf85f.

Crawford, Katherine. ‘Erotica: Representing Sex in the Eighteenth Century’. In A Cultural History of Sexuality in the Enlightenment. Onder redactie van Julie Peakman. Londen: Routledge, 2014: 202-222.

Herzog, Dagmar. Sexuality in Europe: A Twentieth-Century History. Cambridge: Cambridge University Press, 2011.  

Parfrey, Adam. It’s a Man’s World: Men’s Adventure Magazines, the Postwar Pulps. Port Townsend: Feral House, 2015.

Pinchevski, Amit en Brand, Roy. ‘Holocaust Perversions: The Stalags Pulp Fiction and the Eichmann Trial’. Critical Studies in Media Communication 24, nr. 5 (2007): 387-407. https://www-tandfonline-com.kuleuven.e-bronnen.be/doi/full/10.1080/07393180701694598.

Rapaport, Lynn. ‘Holocaust Pornography: Profaning the Sacred in Ilsa, She-Wolf of the SS’. An Interdisciplinary Journal of Jewish Studies 22, nr.1 (2003): 53-79. https://muse.jhu.edu/article/47314.

Gross, Andrew en Hoffman, Michael J. ‘Holocaust Pornography: Obscene Films and Other Narratives’. Polish Journal for American Studies 4 (2010): 75-95. https://thestacks.libaac.de/server/api/core/bitstreams/6394ba5b-581d-4f82-a24b-4953d051ca3f/content.

Spiegel, Jasmin; Dekker, Arne; Briken, Peer; Gomille, Anika en Rettenberger, Martin. ‘Shoah Pornography: The Phenomenon in Israel During the 1960s’. Frontiers In Psychology 16 (2025): 1-11. https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC12258044/.